27 november 2009
Persmededeling van het Kabinet van Minister Hilde Crevits Vlaams minister van mobiliteit en openbare werken
Met het AMORAS-project biedt Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits een permanente en duurzame oplossing aan voor het verwerken en bergen van baggerspecie in de Antwerpse haven. Dat gebeurt door een uniek slibverwerkingssysteem met een waterzuiveringsinstallatie, waarbij de verschillende fracties maximaal hergebruikt worden. Doordat de baggerspecie via een pijpleiding en de restfractie via transportbanden verloopt, komt er geen transport over de weg aan te pas. Op die manier worden er zo jaarlijks 30.000 vrachtwagenritten vermeden. De minister stelt vandaag ook de website www.amoras.be voor met alle informatie over het project dat in 2011 operationeel zal zijn.
Om de toekomst van de haven van Antwerpen veilig te stellen is voldoende diepgang voor de scheepvaart essentieel. Om die diepgang te garanderen moet jaarlijks gebaggerd worden. Een groot volume onderhoudsbaggerspecie moet dan worden geborgen. Vandaag wordt echter een ruimtelijk verzadigingspunt bereikt, waardoor voormalige bergingstechnieken, zoals storten op het land en in een dokkencomplex, niet langer meer toegepast kunnen worden. Ook maatschappelijk en milieutechnisch zijn deze onaanvaardbaar geworden.
Daarom besliste de Vlaamse Regering om de verwerking en berging van baggerspecie op een nieuwe en duurzame manier aan te pakken met de bouw van een mechanische slibontwateringsinstallatie in het havengebied. Het project kreeg de naam AMORAS en staat, als letterwoord, voor Antwerpse Mechanische Ontwatering, Recyclage en Applicatie van Slib. Het project waarborgt op een duurzame wijze de jaarlijkse verwerking en berging van circa 500.000 ton droge stof, namelijk ontwaterde baggerspecie, in de Antwerpse haven.
Het project bestaat uit twee fasen. De eerste fase omvat het ontwerp en de bouw van de ontwateringsinstallatie gedurende een periode van 30 maanden. De tweede fase betreft de exploitatie van de installatie gedurende een periode van 15 jaar.
Wat zijn de milieuvoordelen?
1. Ruimtebesparend
De keuze voor AMORAS is een keuze voor een ruimtebesparend project. De ruimte inbeslagname is aanzienlijk kleiner dan bij andere frequent gehanteerde ontwateringstechnieken voor baggerspecie.
2. Energiezuinig
Bovendien wordt de installatie van AMORAS zo milieuvriendelijk mogelijk opgetrokken. Zo wordt er gewaakt over een laag energieverbruik.
3. Waterbesparend & waterzuiverend
o een zo laag mogelijk verbruik van water voor het transport van baggerspecie;
o hergebruik van gezuiverd afvalwater binnen de installatie als proceswater of bluswater;
o de installatie van een waterzuiveringsinstallatie voor de zuivering van de verschillende verontreinigde stromen staat garant voor gezuiverd afvalwater van een zeer goede kwaliteit.
o strenge kwaliteitscontrole van de waterstromen vooraleer lozing in het oppervlaktewater;
o geen berging van verontreinigde specie in de slibontvangst.
4. Minder transport over de weg, dus minder uitstoot
Transport van baggerspecie verloopt via pijpleiding en niet via wegtransport. Voor het vervoer van het eindproduct van de slibverwerking (filterkoeken) worden transportbanden gebruikt. Hierdoor worden per jaar ongeveer 30.000 vrachtwagenritten vermeden.
5. Maximaal hergebruik van de verschillende fracties
Bovendien wordt nagegaan welk hergebruik mogelijk is voor de filterkoeken. Daarbij worden zowel procesmatige als niet-procesmatige toepassingen nader bekeken.
Hoe verloopt het slibverwerkingsproces?
Het slibverwerkingssysteem bevat vijf belangrijke zones die terug te vinden zijn op het bijgevoegde liggingplan.
1. Zone onderwatercel: De onderhoudsbaggerspecie uit de havendokken wordt door het baggerbedrijf van de Antwerpse haven tijdelijk geborgen in een nieuw aan te leggen lokale onderwatercel in kanaaldok B1. Ze heeft een capaciteit van 150.000 m3. Een vlottend baggertuig verpompt de specie naar de kade waar het verwerkingsproces start. De meest vervuilde specie wordt niet tijdelijk gestockeerd maar rechtstreeks aan de wal gebracht.
2. Zone zandafscheiding: De opgepompte specie wordt d.m.v. een zeef gezuiverd van de grove bestanddelen. Afhankelijk van de milieukwaliteit van de baggerspecie en/of het zandgehalte gebeurt er een ontzanding in een zandafscheidingsinstallatie op de kade vlakbij de onderwatercel.
3. Zone leidingtracé: Vervolgens wordt de al dan niet ontzande specie over een leidingtracé verpompt naar de verwerkingssite op het ‘Bietenveld’, 4 km verderop. Dat gebeurt aan een laag vermogen om het energieverbruik te beperken.
4. Zone ontwateringsinstallatie: Op de site ‘Bietenveld’ wordt de specie gebufferd in vier indikvijvers met elk een inhoud van 120.000 m3. Samen vormen ze een cirkelvormig bekken met een diameter van 350 meter. De indikvijvers zijn noodzakelijk om het verdunningswater, dat nodig is om het sediment te zeven, te ontzanden, te verpompen en terug af te scheiden na een week bezinking. Drie indikvijvers ontvangen de minder vervuilde specie. In de vierde vijver wordt de meest vervuilde specie gestockeerd.
In de ontwateringshal wordt de ingedikte baggerspecie geconditioneerd in één centraal gelegen buffer waarop alle persen zijn aangesloten. Twaalf kamerfilterpersen zorgen voor de ontwatering van de specie door het onder druk uitpersen van water doorheen een filterdoek. In de ‘kamers’ blijven koeken achter met een droge stof gehalte van minimum 60%. Die vallen op een onderliggende transportband en worden zo naar de bergingsite afgevoerd.
Het filtraatwater van de persen wordt samen met de andere afvalwaterstromen verzameld in de buffervijver voor afvalwater. Van daaruit wordt het verpompt naar de biologische waterzuiveringsinstallatie. De eerste stap in het zuiveringsproces bestaat uit een fysico-chemische voorzuivering om fijne zwevende deeltjes te verwijderen. In de tweede stap worden via een biologische zuivering organische stoffen en stikstof verwijderd.
5. Zone bergingssite: De geproduceerde filterkoeken worden gecontroleerd geborgen op de site ‘Zandwinningsput’ tussen Hooge Maey, Indaver en A12. Met een gefaseerde en gecontroleerde berging wordt een exploitatieperiode van ruim dertig jaar beoogd. Van zodra eventuele hergebruikmogelijkheden van de filterkoeken zich in de toekomst aanbieden, kan deze termijn nog verlengen.
Midden vorig jaar werd de belangrijke AMORAS-opdracht gegund aan de Tijdelijke Handelsvereniging SeReAnt, een combinatie van Jan De Nul en Dredging International (DEME), ondersteund door hun respectievelijke milieudochters Envisan en DEC. De investering van circa 480 miljoen euro, bevat de bouwkost, de exploitatiekost en de financieringskost. De bouwwerken zullen in het najaar van 2010 klaar zijn. Na een opstartperiode van 6 maanden start de effectieve exploitatie van de verwerkingsinstallatie in het voorjaar van 2011.
“Met dit knap staaltje milieutechnologie biedt Amoras een antwoord op het flankerend beleid dat ik voorzie bij de realisatie van belangrijke investeringen en werken. Dit initiatief schakelt over op nieuwe toekomstgerichte en voor langere termijn bedrijfszekere verwerkingstechnieken. AMORAS staat garant voor een zuinig ruimtegebruik en een goede milieuscore. Er is gewaakt over een laag energieverbruik, het gezuiverd afvalwater is van een zeer goede kwaliteit en er wordt rekening gehouden met een maximaal hergebruik van het water en de restspecie. 30.000 vrachtwagenritten worden eveneens uitgespaard. Dit unieke duurzame slibverwerkingssysteem is een staaltje van innovatief toekomstgericht vakmanschap van onze bedrijven, waarvoor ze internationaal aandacht voor krijgen.” aldus minister Hilde Crevits.
