19 december 2011 - DS
Het slibverwerkingsproject werd Amoras gedoopt. Dat staat voor Antwerpse Mechanische Ontwatering, Recyclage en Applicatie van Slib. De bouw van de slibverwerkingsfabriek heeft 120 miljoen euro gekost. Voor dit project sloegen de twee Belgische baggergroepen Deme en Jan De Nul de handen in elkaar. Buiten de Belgische grenzen beconcurreren ze elkaar met het mes tussen de tanden. Voor de twee is Amoras zowat de enige plek waar ze in peis en vree samenwerken. Dat heeft wellicht ook veel te maken met het feit dat de slibverwerkingsfabriek een kind is van de milieufilialen van beide groepen, DEC en Envisan.
De factuur om de slibverwerkingsfabriek te doen draaien, kunnen ze naar de Vlaamse overheid sturen. Die betaalt jaarlijks 20 miljoen euro voor de slibverwerking. En dat vijftien jaar lang. De twee baggergroepen halen de specie niet zelf uit de dokken. De Antwerpse haven heeft een eigen baggerdivisie, die, zoals in het verleden, blijft instaan voor het baggerwerk in de dokken.
Het grote werk in de slibverwerkingsfabriek bestaat erin de baggermodder uit de dokken te transformeren tot min of meer droge slibkoeken. Die worden daarna afgevoerd naar een dertig hectare grote stortplaats.
Amoras draagt ten slotte een steentje bij tot de verdere uitbouw van een milieuzone in de Antwerpse haven. De buren zijn immers het afvalverwerkingsbedrijf Indaver en het Hoge Maey-stort.
