19 december 2011 - DS
Het geregeld uitbaggeren van de Westerschelde is van levensbelang voor de Antwerpse haven. Veel minder geweten is dat het baggeren in de Antwerpse dokken even cruciaal is om de schepen een ongehinderde vaart te kunnen garanderen. Maar er is een groot verschil. Het zand en slib uit de Westerschelde worden niet bestempeld als afval. Wat daarentegen uit de Antwerpse dokken wordt gehaald, ziet men wel als afval en moet naar een stortplaats worden afgevoerd. Althans tot voor kort was dat het geval.
Milieuvriendelijker
In een uithoek van de Antwerpse haven is zopas een reusachtige fabriek gebouwd die de baggerspecie uit de Antwerpse haven de komende decennia op een veel milieuvriendelijker manier moet verwerken.
Hoe het dan in het verleden gebeurde? De Antwerpse haven dumpte tot voor kort de baggerspecie die uit de dokken werd opgehaald, zowel bovengronds als ondergronds. Bovengronds op braakliggende haventerreinen. Ondergronds door in de dokken putten of zogenaamde cellen uit te graven en die dan te vullen met het baggerslib.
Anno 2011 is het zeer moeilijk geworden om in de Antwerpse haven nog stortlocaties te vinden. Bovengronds storten is een onhaalbare kaart geworden omdat de Antwerpse haven op rechteroever zeer zuinig moet omspringen met de beperkte beschikbare haventerreinen. Er is bijna 200 hectare nodig om het jaarlijkse volume baggerspecie uit de dokken kwijt te kunnen, stelt Filip Vandeweghe, de projectleider van de slibverwerkingsinstallatie.
Ondergronds stockeren in de dokken kan ook niet meer. Zowat alle dokken die ervoor geschikt waren, liggen vol met baggerslibcellen. Daarbij komt nog dat op al deze ondergrondse stortplaatsen een milieuhypotheek rust.
Freddy Aerts die bij de Vlaamse overheid verantwoordelijk is voor het verzekeren van de maritieme toegang naar de Antwerpse haven, sluit niet uit dat een groot deel van het slib dat zich in de cellen in de dokkenbodem bevindt, sterk vervuild is. 'Het probleem is dat we geen exact zicht hebben op de vervuilingsgraad', geeft hij toe.
De Antwerpse haven en de Vlaamse overheid zijn ervan overtuigd dat ze met een slibverwerkingsfabriek verscheidene grote problemen ineens oplossen. De Antwerpse dokken kunnen verder uitgebaggerd worden, terwijl de ruimte die nodig is voor de verwerking van al de baggerspecie gereduceerd kan worden tot 15 hectare. De fabriek maakt het zelfs mogelijk om dokken verder te verdiepen. Dat is ook wel nodig want de schepen worden almaar groter.
Tegelijk kan de schoonmaak van sterk vervuilde locaties in de dokken beginnen. Dat is tot nog toe maar met mondjesmaat kunnen gebeuren.
Vanwaar al dat slib?
Blijft natuurlijk de vraag waar al het zand en het slib in de dokken vandaan komt. Op het eerste gezicht lijkt het een mysterie. De dokken bevinden zich immers achter de sluizen en hebben geen last van de aanslibbing die samengaat met getijdenwerking.
Het probleem is echter dat zand en slib via de sluizen toch het dokkencomplex kunnen binnenspoelen. Antwerpen heeft vier grote sluizen. Dat volstaat ruimschoots om grote volumes specie in de dokken te doen belanden. Jaarlijks gaat het om 500.000 ton. Een klein deel daarvan is zand, de rest is slib.
Onmiddellijk achter de sluizen is de baggerspecie zo goed als niet vervuild. Maar in de dokken zelf ziet het plaatje er helemaal anders uit. Het morsen van goederen zoals ertsen tijdens het lossen en laden en scheepsonderhoud zoals schilderwerken hebben ervoor gezorgd dat de bodem sterk vervuild is. 'We schatten dat de slibverwerkingsfabriek jaarlijks 80 procent proper en 20 procent vervuild slib zal verwerken', verklaart Freddy Aerts. Maar hij blijft voorzichtig. 'Het valt niet uit te sluiten dat op de bodem van de dokken en in de ondergrondse reservoirs veel meer verontreinigd slib ligt dan verwacht.'
